Fraude moet buiten redelijke twijfel bewezen worden door de examencommissie
Hoewel sancties binnen het onderwijs tegenwoordig uitsluitend herstellend van aard zijn, blijft de ‘buiten redelijke twijfel’-norm onverkort van kracht:
“𝘋𝘦 𝘈𝘧𝘥𝘦𝘭𝘪𝘯𝘨 𝘸𝘪𝘫𝘴𝘵 𝘦𝘳 𝘷𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳 𝘰𝘱 𝘥𝘢𝘵, 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘵 𝘰𝘱 𝘩𝘦𝘵 𝘶𝘯𝘪𝘧𝘰𝘳𝘮 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘵𝘳𝘦𝘥𝘦𝘳𝘴𝘣𝘦𝘨𝘳𝘪𝘱, 𝘰𝘰𝘬 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘩𝘦𝘳𝘴𝘵𝘦𝘭𝘴𝘢𝘯𝘤𝘵𝘪𝘦𝘴 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘧𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘥𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘣𝘶𝘪𝘵𝘦𝘯 𝘳𝘦𝘥𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘵𝘸𝘪𝘫𝘧𝘦𝘭 𝘷𝘢𝘴𝘵 𝘮𝘰𝘦𝘵 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘶𝘥𝘦𝘯𝘵 𝘩𝘦𝘦𝘧𝘵 𝘨𝘦𝘧𝘳𝘢𝘶𝘥𝘦𝘦𝘳𝘥.” (𝘈𝘉𝘙𝘷𝘚 31 𝘮𝘦𝘪 2023, 𝘌𝘊𝘓𝘐:𝘕𝘓:𝘙𝘝𝘚:2023:2067, 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳 7.3)
Deze norm heeft een fundamentele betekenis. Niet de student moet aantonen dat hij niet heeft gefraudeerd; het is aan de examencommissie om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat hij dat wél heeft gedaan. En dat blijkt in de praktijk vaak lastig.
In veel dossiers die ik zie wordt de beschuldiging van fraude gebaseerd op vermoedens. Argumenten als “het kan bijna niet anders” of “het is wel heel toevallig” worden dan naar voren gebracht als bewijs. Wanneer ik hierover met examencommissies in gesprek ga, merk ik regelmatig dat men niet begrijpt waarom dat onvoldoende is, en dat ook alternatieve scenario’s zorgvuldig onderzocht moeten worden.
Juist dáárom trekt het College van Beroep voor de Examens (COBEX) vaak aan de noodrem. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat alle relevante feiten en omstandigheden worden onderzocht, en dat de student tijdig wordt geïnformeerd over een mogelijke beschuldiging zodat hij zich kan verweren. Een student mag niet tijdens het hoorgesprek overvallen worden met de inhoudelijke beschuldiging. Het motiveringsbeginsel verplicht de examencommissie vervolgens om concreet aan te geven welke regel is overtreden, hoe dat is gebeurd en waarom dit tot een sanctie leidt.
Dat legt een zware verantwoordelijkheid bij examencommissies. En terecht. Als je het mij vraagt. Sancties kunnen leiden tot ernstige gevolgen zoals studievertraging, reputatieschade of zelfs beëindiging van de opleiding. Dan mag van de examencommissie worden verwacht dat een besluit staat als een huis.
Word je beschuldigd van fraude of plagiaat en twijfel je of de beslissing van de examencommissie juridisch klopt? Dan kan het verstandig zijn om je zaak te laten beoordelen. In veel gevallen blijkt dat de bewijsvoering of de procedure niet voldoet aan de eisen die het onderwijsrecht stelt. Zo nodig kan er beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE).
Studentzaken ondersteunt studenten bij procedures tegen examencommissies, bijvoorbeeld bij fraude- en plagiaatzaken en bij een beroep bij het CBE.
