
Samenwerken is geen plagiaat
"𝘋𝘦 𝘵𝘦𝘬𝘴𝘵𝘦𝘯 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘪𝘥𝘦𝘯𝘵𝘪𝘦𝘬, 𝘥𝘶𝘴 𝘪𝘴 𝘩𝘦𝘵 𝘱𝘭𝘢𝘨𝘪𝘢𝘢𝘵."
Die redenering hoor ik vaak. Van docenten. Van examencommissies. En vooral van studenten die in paniek raken.
Maar zo simpel is het niet.
De vraag is niet of teksten op elkaar lijken. De vraag is of studenten daadwerkelijk teksten of gegevens van elkaar hebben overgenomen, zónder correcte bronvermelding, en of dat binnen de definitie van plagiaat valt zoals die in de OER is opgenomen.
Het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs maakte dat in 2018 glashelder (CBHO 2017/136).
In die zaak hadden twee groepen studenten overleg gehad over een groepsopdracht. Zij bespraken de aanpak en welke tabellen uit de voorgeschreven literatuur gebruikt konden worden. Vervolgens werkte iedere groep zelfstandig een eigen werkstuk uit. Het resultaat: identieke tabellen.
De examencommissie sprak van plagiaat. Mede omdat het werk van de andere groep iets eerder was ingeleverd.
Het CBHO ging daar niet in mee.
Samenwerking of overleg, zelfs als die in strijd is met de instructies van de opdracht, is geen plagiaat. Daarvoor is vereist dat studenten teksten of gegevens van de andere groep gebruiken of overnemen zonder volledige en correcte bronvermelding. Dat was hier niet het geval. De studenten werd niet verweten dat zij elkaars teksten hadden gekopieerd, maar dat hun werk het resultaat was van gezamenlijk denkwerk.
Dat het andere verslag een halfuur eerder werd ingeleverd, noemt het College een toevallige omstandigheid. Die omstandigheid maakt studenten niet tot plagiaatplegers.
Deze uitspraak is cruciaal. In de praktijk wordt gelijkenis te vaak gelijkgesteld aan plagiaat. Terwijl identieke onderdelen ook kunnen voortkomen uit overleg, dezelfde bronnen of een gedeelde denklijn.
Plagiaat is een zware kwalificatie. En die mag niet lichtvaardig worden toegepast.
👉 Word jij beschuldigd van plagiaat en twijfel je of dat juridisch klopt? Wij kijken met je mee.
